Geen geld aan de zijlijn

Ajax heeft goed geboerd op de transfermarkt. In de laatste vier jaar harkte de club bijna 260 miljoen euro binnen, met Frenkie de Jong als absolute hoofdprijs. In diezelfde periode kocht Ajax voor amper 100 miljoen aan spelers in. 

Ligt er nu dus 160 miljoen euro extra te suffen op de transfermarkt? Nee. Het overschot van Ajax is ten koste gegaan van de kasruimte bij clubs als FC Barcelona en Tottenham. Door de transfers zijn er bedragen van club naar club verplaatst, maar de totaal beschikbare som is niet veranderd.

Op de beurs werkt het net zo, maar dat zou je niet denken als je op de krantenkoppen afgaat. Bij een dalende beurs lees je: “geld stroomt massaal uit aandelen” of “beleggers kiezen eieren voor hun geld”.

Als aandelen weer wat opkrabbelen heet het dat “beleggers langzaam terug naar de beurs komen” maar er tegelijkertijd “nog veel geld langs de zijlijn staat”. Geld dat zich, zo wordt er gesuggereerd, warmloopt voor nieuwe buitenkansjes. 

Maar net als op de transfermarkt is er bij iedere beurstransactie een koper en een verkoper. Het geld dat bij de één op de zijlijn belandt, is gelijk aan het bedrag dat door de ander net is belegd. Of de beurs nou dramatisch daalt, onstuimig stijgt of bladstil voortkabbelt, de geldstroom van en naar bestaande aandelen is per saldo nihil.

Dit principe helpt ook te verklaren waarom het kopen van het perfecte aandeel zo lastig is. Neem bijvoorbeeld het aandeel Ajax. Met nog vele miljoenentransfers in het vooruitzicht is het verleidelijk te denken dat het nu die unieke kans biedt waar je aan de zijlijn op hebt gewacht. Maar de potentiele verkoper heeft die lonkende transfer miljoenen natuurlijk ook al gezien. Waarschijnlijk is dit ‘buitenkansje’ dus al in de prijs verdisconteerd.

Om het op zijn Cruijffiaans te zeggen: de prijs is wat iets waard is.

Marius & Jolmer

De wichelroede mag het weten

Al sinds de middeleeuwen claimen wichelroedelopers dat ze, gewapend met een Y-vormige tak, verborgen waterbronnen kunnen opspeuren. Dit ondanks hard bewijs dat een willekeurige steek in de grond net zoveel kans op ‘blauw goud’ oplevert.
 
Ook de kakofonie aan beursvoorspellingen aan het begin van elk jaar is een hardnekkige traditie. Aandelen pruttelen in 2019 naar een keurige acht procent rendement, zei ING. Doe dat getal maar maal twee, beweerde investeerder Blackstone: tijd om in te slaan. Welnee, je kunt je cash beter in een oude sok stoppen, want de Rabobank voorspelde: 2019 wordt een slecht beursjaar.  
 
De Amerikaanse econoom en ondernemer Alfred Cowles vroeg zich in 1933 al af wat je als belegger aan moet met alle even stellige als tegenstrijdige voorspellingen van financiële experts. Zit er koren tussen het kaf? Of hebben experts, ondanks alle modellen en berekeningen, net zoveel kans op succes als wichelroedelopers?
 
Om die vraag te beantwoorden hield Cowles duizenden adviezen voor individuele aandelen tegen het licht, afgegeven door 16 vooraanstaande banken in de periode 1928 tot 1932. Hij deed hetzelfde met duizenden inschattingen van het algemene beurssentiment door 24 financiële publicaties.  
 
Cowles’ resultaten waren niet bemoedigend: beleggers die braaf alle individuele aan- en verkoopadviezen van banken zouden hebben opgevolgd, waren jaarlijks 1,4% rendement misgelopen in vergelijking tot de aandelenmarkt als geheel. 
 
Ook de vinger aan de pols van het beursklimaat van de financiële pers bleek alles behalve scherp. Cowles vergeleek het effect van hun inschattingen met volstrekt aselecte voorspellingen voor het beurssentiment die hij zelf had gecreëerd. Portfolioverdelingen die op basis van Cowles’ pure willekeur waren aangepast, scoorden jaarlijks 4% meer rendement. 
 
Cowles’ inzicht dat de financiële toekomst zich niet laat voorspellen is sindsdien keer op keer is bevestigd. Toch staat de voorspellingsindustrie nog steeds recht overeind. Waarom? Cowles zelf gaf het antwoord. “Mensen willen geloven dat iemand snapt waar het naartoe gaat, want een wereld waarin niemand dat weet is angstaanjagend.”  

Marius & Jolmer

In memoriam: John C. Bogle

‘We zijn als sector volledig uit koers geraakt. We richten ons niet langer op verstandig beheer, maar op het verkopen van producten.’ Deze verzuchting slaakte de vorige maand overleden John Bogle al in de jaren ’70.

In zijn ogen was de oorzaak een fundamenteel belangenconflict: kosten voor beleggers zijn inkomsten voor de beleggingsindustrie. En ‘strategie volgt structuur’, wist Bogle, dus zolang dat belangenconflict bleef bestaan, zou er niets veranderen. Vermogensbeheerders zouden zich in alle mogelijke bochten blijven wringen om beleggingskosten zo hoog mogelijk te houden, om zo hun inkomsten te maximaliseren.

Geïnspireerd door het oude coöperatieve model van Robeco verzon Bogle een simpele oplossing. Als er geld overblijft nadat ‘normale’ fondskosten zijn betaald, dan moet dat geld niet weglekken als winst voor de fondsbeheerder, maar terugvloeien naar fondsbeleggers via lagere fees.

Met dat idee als basis richtte Bogle in 1975 Vanguard op. De gevolgen zijn moeilijk te overschatten. Vanguard groeide uit tot het een na grootste fondsbedrijf ter wereld en leidde de opkomst van passieve beleggingsfondsen: inmiddels goed voor zo’n 30 procent van alle fondsbeleggingen ter wereld.

Vanguard’s focus op lage kosten heeft de hele industrie veranderd. Bloomberg berekende dat Bogle’s idee Amerikaanse beleggers het duizelingwekkende bedrag van 1 biljoen dollar aan kosten heeft bespaard. Het is ook aan Bogle te danken dat je tegenwoordig vrijwel gratis goed gespreid kan beleggen.

Geen wonder dus dat Warren Buffett al eens opmerkte: "Als er ooit een standbeeld wordt opgericht om de persoon die het meeste voor beleggers heeft gedaan te eren, dan is dat John Bogle…. Hij is een held voor hen, en voor mij.”

Jack was ook onze held en zijn filosofie is de inspiratiebron voor ons boek De Beleggingsillusie. Voor ons geen trotser moment dan toen Bogle na het lezen van de Engelse vertaling adviseerde: “Lees De Beleggingsillusie voordat je ook maar één euro belegt!” Zo straalde zijn ster ook een heel klein beetje af op ons.

Bogle’s no-nonsense wijsheid zal voor altijd door blijven klinken in onze columns en richting geven aan ons bedrijf.

Marius & Jolmer

VERMOGENSMEDITATIE

“Wie tegelijkertijd heel ontspannen en heel alert is, zal drie mooie eigenschappen van zijn bewustzijn ervaren: helderheid, vrijheid en rust.” Een quote van de Daila Lama? Confucius misschien? Nee, het is een uitspraak van Chade-Meng Tan, die bij Google niet alleen de eerste zoekmachine voor mobiele telefoons ontwikkelde, maar ook verantwoordelijk was voor de meditatie training binnen deze tech kolos.

In zijn boek Search Inside Yourself beschrijft Meng hoe meditatie is veranderd van een hobby voor hippies, naar een wetenschappelijk onderbouwde manier om ons brein en onze gemoedsrust positief te beïnvloeden. Geen wonder dus dat meditatie en mindfulness inmiddels door alle grote bedrijven in Silicon Valley worden omarmd en dat studenten op Harvard en Stanford in de rij staan om mindfulness vakken te volgen.

Mindfulness kan ook beleggers helpen: je leert er de waan van de dag door te negeren en je emoties de baas te blijven, zodat je op basis van realistische aannames je plan kunt trekken. Om het laatste vleugje wierook te verjagen, bouwen we het concept om tot een zakelijk drie stappenplan: 

Neem eerst een paar passen terug om je financiële bewustzijn te verhogen. Welke levensdoelen streef je na en hoeveel geld heb je daar in de toekomst voor nodig? Heb je dit met je partner besproken en zitten jullie op een lijn?

De tweede stap: kijk met heldere blik naar je financiële realiteit. Bijvoorbeeld: hoeveel heb je tot nu toe gespaard en hoeveel denk je jaarlijks opzij te kunnen leggen? Geef je je geld uit aan dingen die je echt belangrijk en waardevol vindt, of ben je iemand van impulsieve aankopen en/of net te dure spullen?

Beide stappen creëren de vrijheid om op basis van rust en inzicht te beslissen welke veranderingen nodig zijn om je (financiële) doelen te bereiken. Vrijheid op basis van een bewuste en heldere kijk op de realiteit: dat is eerder het tegenovergestelde van zweverigheid.

We wensen je veel financiële rust in het nieuwe jaar,

Marius en Jolmer

Het stenen tijdperk

“De beste investering op aarde is de aarde zelf” zei de Amerikaanse vastgoedmagnaat Louis Glickman ooit. Als het onrustig wordt op de aandelenmarkt gaat het ook bij veel beleggers kriebelen: moeten we niet gewoon een lekkere stapel stenen kopen waar je omheen kunt lopen?

Zo op het oog geen vreemde gedachte: de Quote 500 is rijkelijk gevuld met vastgoed miljonairs en op elke borrel kun je verhalen horen over de slimme kennis die flink gescoord heeft met een paar beleggingspandjes.

Problemen van vastgoedbezit komen meestal minder ter sprake: leegstand, huurders die niet betalen, lekkages, onderhoud. Die kosten tijd en geld en kunnen tot slapeloze nachten leiden. Verder leg je veel eieren in hetzelfde geografische mandje als je beleggingspanden bij je in de buurt koopt.

En één van die vastgoedfondsen, die als paddenstoelen uit de grond schieten, is dat een oplossing? Zo’n fonds kan betere spreiding opleveren en geeft zeker minder rompslomp. Maar er zijn ook nadelen: het is moeilijk te doorgronden hoeveel kaas de fondsbeheerder echt van vastgoed gegeten heeft, de kosten zijn vaak stevig en het is lastig om er weer uit te stappen.

Beursgenoteerde vastgoedfondsen hebben dat laatste probleem in ieder geval niet. Je koopt en verkoopt ze met een druk op de knop. Daarnaast zijn ze breed gespreid en de beleggingsresultaten waren de afgelopen decennia prima. Wie in 1977 een mandje beursgenoteerde vastgoedfondsen had gekocht, zou daar zo’n negen procent per jaar mee hebben verdiend, tegen 11 procent per jaar op het Damrak.

Wel rijst de vraag waarom je extra in vastgoed zou moeten beleggen en niet in, zeg, tech of transport? Zeker als je via je eigen huis al flink in stenen zit. De aantrekkingskracht van vastgoed ligt misschien in het feit dat we het aan kunnen raken, en we (daarom?) denken dat het minder risicovol is.

Het goede nieuws: wie wereldwijd belegt zit al in stenen: vastgoedfondsen maken namelijk zo’n drie procent van de MSCI world index uit. Als goed gespreide belegger bezit je dus sowieso al een stukje aarde.

We wensen je veel financiële rust,

Marius en Jolmer

Turbulente veiligheid

Weinig mensen stappen met angst en beven in hun auto, maar zo’n 30 op de 100 Nederlanders leiden aan vliegangst; zeven op de 100 zelfs zo erg dat je ze met geen stok de slurf in krijgt. 

Het zou echter logischer zijn bibberend achter je stuur te kruipen. Per afgelegde kilometer is de kans dat je verongelukt in je auto namelijk vijf keer zo groot. Als je doel is om ongehavend op je eindbestemming aan te komen, is vliegen dus met straatlengtes de veiligste optie.

Welk middel biedt beleggers de kleinste kans op brokken? Spaargeld of staatsobligaties liggen voor de hand; die krijgen van de toezichthouder immers het predikaat ‘zeer laag risico’ opgespeld.

Maar als je doel is de koopkracht van je vermogen te laten groeien om over zeg dertig jaar comfortabel met pensioen te gaan, schiet de spaarroute ernstig tekort. Na aftrek van belasting en inflatie komt het rendement op spaargeld nu ruimschoots onder nul uit, dus als je risico definieert als de kans dat je je doelstelling niet haalt, is het risico van spaargeld in dit geval dus juist zeer hoog.

Bij aandelen slaan de traditionele risicograadmeters rood uit. Op het eerste gezicht begrijpelijk. Als je je vermogen in een wereldwijd gespreide portefeuille van aandelen belegt, is de kans dat je portefeuille morgen minder waard is, niet veel beter dan kop of munt.

Maar over een termijn van dertig jaar is in het verleden de koopkracht van zo’n gespreide portefeuille aandelen nog nooit afgekalfd. En gemiddeld genomen zou de reële waarde van je portefeuille over zulke periodes zijn verdriedubbeld.

Welke belegging het grootste risico oplevert dat je je doel niet haalt, hangt dus af van je eindbestemming. Ligt die ver in de toekomst dan zijn aandelen juist een laag-risico optie. Maar dan moet je ook bij stevige turbulentie niet de neiging hebben om uit het vliegtuig te springen, anders past de figuurlijke vierwieler misschien toch beter bij je.

We wensen je veel financiële rust,

Marius en Jolmer

De valse belofte van groei

Stel je krijgt een miljoen euro cadeau, op voorwaarde dat je het hele bedrag investeert in:

A) voormalig koopjeskampioen Blokker, dat zwaar moest herstructureren omdat klanten de oubollige winkels de rug toekeerden, of

B) online sprinter Bol.com die in 2017 met 60 procent groei de anderhalf miljard euro omzet passeerde, en al jaren de online winkelkampioen van Nederland is.

In welk bedrijf zou je je geld dan steken? De meeste mensen kiezen voor Bol.com. Liever een snelle hinde dan aangeschoten wild.

Het enige juiste antwoord op deze vraag is echter: “Dat hangt af van de prijs”. Want hoe indrukwekkend de groei ook is, als die te ruim in de prijs is verwerkt, verdampt je rendement. Aan de andere kant kan een strompelend bedrijf een prima beleggingsresultaat opleveren als het voor een zacht prijsje in de etalage staat.    

Dezelfde fout maken wij beleggers vaak wanneer we praten over landen en regio’s. We nemen aan dat waar het financieel crescendo gaat, de beursresultaten ook aantrekkelijk zijn. Zo is China, waar de economie jaarlijks zo’n acht procent is gegroeid de afgelopen decennia, geografisch gezien de snelste hinde. Die moet het dus wel winnen van Rusland, waar corruptie en gebrek aan investeringen de economie al jaar en dag doet wankelen.

Maar wat blijkt: een belegger die twintig jaar geleden een portefeuille met Chinese aandelen had gekocht, zou met ook acht procent per jaar weliswaar een prima rendement hebben behaald, zijn ‘Russofiele’ collega had over diezelfde periode gemiddeld 18 procent per jaar verdiend. Dat telt op tot maar liefst zeven keer zoveel beleggingswinst.

Hoe kan dat? In een snelgroeiende economie als China staan beleggers in de rij en kunnen bedrijven hun huid dus duur verkopen. In een haperend land als Rusland moeten bedrijven juist diep door de knieën: alleen een klinkend rendement zal kapitaalverschaffers over de streep trekken.

Dat hoge groeiverwachtingen synoniem zijn aan hoge rendementen is daarom een misvatting. De markt heeft groeiverwachtingen al ingeprijsd. Dus tenzij je superieure kennis bezit over de macro-economische groei van een regio, of de toekomst van een specifiek bedrijf, kun je als belegger het beste je portefeuille spreiden en genieten van de opbrengst van zowel de snelle, dure hinde, als het aangeschoten, aantrekkelijk geprijsde wild.

We wensen je veel financiële rust,

Jolmer en Marius

Gratis beleggen

“Denk niet wit. Denk niet zwart. Denk niet zwart-wit.” Het is lastig kiezen wat de jaren tachtig hit van Frank Boeijen aandoenlijker maakt: zijn opgeföhnde kuif of zijn pleidooi voor nuance. Zijn pleidooi heeft in elk geval niets aan relevantie verloren. Ook vandaag zijn onder leiding van een Twitterende Donald Trump grijstinten ver te zoeken.

In beleggingsland is er de zwart witte tweespalt tussen passief en actief beleggen. Aanhangers van indexfondsen schermen met overtuigende feiten: hoe langer de termijn hoe kleiner de groep actieve beleggers die de markt verslaat.

Dit komt door de lagere kosten van passief beleggen, waardoor het netto rendement van de gemiddelde passieve belegger wel hoger moet zijn dan dat van zijn actieve tegenpool. En die kosten blijven maar dalen. Fidelity zette onlangs de fondsenmarkt nog op zijn kop door twee gratis indexfondsen aan te bieden.

Actieve beleggers houden echter stug vast aan hun geloof dat je met superieure hand de index voorbij kunt streven. En ze hebben gelijk. Sterker nog: actief beleggen is de enige manier om de markt te verslaan, ook al is de kans dat het je lukt beperkt.

Wat in deze loopgravenoorlog ondergesneeuwd raakt: het belangrijkste ingrediënt voor lange-termijn succes is niet de keuze voor een bepaalde beleggingsstrategie, maar de discipline om je aan je beleggingsplan te houden. De kracht om ook in euforische en onheilspellende tijden niet aan verleidingen en zorgen te bezwijken. Emotionele valkuilen zijn funest voor elke portfolio, of die nou actief of passief is ingericht. 

Gratis beleggen is dus niet genoeg. Je emoties de baas blijven is het belangrijkste. Als je de rust niet kunt bewaren zonder het idee dat iemand constant op je centjes let, kan het zijn dat een actieve vermogensbeheerder beter bij je past. Uiteraard moeten de kosten daarbij acceptabel blijven. Voor anderen zal de rust en ratio van passief beleggen een betere oplossing zijn. Niet zwart-wit dus, maar rustgevend grijs.

We wensen je veel financiële rust,

Marius en Jolmer