VERMOGENSMEDITATIE

“Wie tegelijkertijd heel ontspannen en heel alert is, zal drie mooie eigenschappen van zijn bewustzijn ervaren: helderheid, vrijheid en rust.” Een quote van de Daila Lama? Confucius misschien? Nee, het is een uitspraak van Chade-Meng Tan, die bij Google niet alleen de eerste zoekmachine voor mobiele telefoons ontwikkelde, maar ook verantwoordelijk was voor de meditatie training binnen deze tech kolos.

In zijn boek Search Inside Yourself beschrijft Meng hoe meditatie is veranderd van een hobby voor hippies, naar een wetenschappelijk onderbouwde manier om ons brein en onze gemoedsrust positief te beïnvloeden. Geen wonder dus dat meditatie en mindfulness inmiddels door alle grote bedrijven in Silicon Valley worden omarmd en dat studenten op Harvard en Stanford in de rij staan om mindfulness vakken te volgen.

Mindfulness kan ook beleggers helpen: je leert er de waan van de dag door te negeren en je emoties de baas te blijven, zodat je op basis van realistische aannames je plan kunt trekken. Om het laatste vleugje wierook te verjagen, bouwen we het concept om tot een zakelijk drie stappenplan: 

Neem eerst een paar passen terug om je financiële bewustzijn te verhogen. Welke levensdoelen streef je na en hoeveel geld heb je daar in de toekomst voor nodig? Heb je dit met je partner besproken en zitten jullie op een lijn?

De tweede stap: kijk met heldere blik naar je financiële realiteit. Bijvoorbeeld: hoeveel heb je tot nu toe gespaard en hoeveel denk je jaarlijks opzij te kunnen leggen? Geef je je geld uit aan dingen die je echt belangrijk en waardevol vindt, of ben je iemand van impulsieve aankopen en/of net te dure spullen?

Beide stappen creëren de vrijheid om op basis van rust en inzicht te beslissen welke veranderingen nodig zijn om je (financiële) doelen te bereiken. Vrijheid op basis van een bewuste en heldere kijk op de realiteit: dat is eerder het tegenovergestelde van zweverigheid.

We wensen je veel financiële rust in het nieuwe jaar,

Marius en Jolmer

Het stenen tijdperk

“De beste investering op aarde is de aarde zelf” zei de Amerikaanse vastgoedmagnaat Louis Glickman ooit. Als het onrustig wordt op de aandelenmarkt gaat het ook bij veel beleggers kriebelen: moeten we niet gewoon een lekkere stapel stenen kopen waar je omheen kunt lopen?

Zo op het oog geen vreemde gedachte: de Quote 500 is rijkelijk gevuld met vastgoed miljonairs en op elke borrel kun je verhalen horen over de slimme kennis die flink gescoord heeft met een paar beleggingspandjes.

Problemen van vastgoedbezit komen meestal minder ter sprake: leegstand, huurders die niet betalen, lekkages, onderhoud. Die kosten tijd en geld en kunnen tot slapeloze nachten leiden. Verder leg je veel eieren in hetzelfde geografische mandje als je beleggingspanden bij je in de buurt koopt.

En één van die vastgoedfondsen, die als paddenstoelen uit de grond schieten, is dat een oplossing? Zo’n fonds kan betere spreiding opleveren en geeft zeker minder rompslomp. Maar er zijn ook nadelen: het is moeilijk te doorgronden hoeveel kaas de fondsbeheerder echt van vastgoed gegeten heeft, de kosten zijn vaak stevig en het is lastig om er weer uit te stappen.

Beursgenoteerde vastgoedfondsen hebben dat laatste probleem in ieder geval niet. Je koopt en verkoopt ze met een druk op de knop. Daarnaast zijn ze breed gespreid en de beleggingsresultaten waren de afgelopen decennia prima. Wie in 1977 een mandje beursgenoteerde vastgoedfondsen had gekocht, zou daar zo’n negen procent per jaar mee hebben verdiend, tegen 11 procent per jaar op het Damrak.

Wel rijst de vraag waarom je extra in vastgoed zou moeten beleggen en niet in, zeg, tech of transport? Zeker als je via je eigen huis al flink in stenen zit. De aantrekkingskracht van vastgoed ligt misschien in het feit dat we het aan kunnen raken, en we (daarom?) denken dat het minder risicovol is.

Het goede nieuws: wie wereldwijd belegt zit al in stenen: vastgoedfondsen maken namelijk zo’n drie procent van de MSCI world index uit. Als goed gespreide belegger bezit je dus sowieso al een stukje aarde.

We wensen je veel financiële rust,

Marius en Jolmer

Turbulente veiligheid

Weinig mensen stappen met angst en beven in hun auto, maar zo’n 30 op de 100 Nederlanders leiden aan vliegangst; zeven op de 100 zelfs zo erg dat je ze met geen stok de slurf in krijgt. 

Het zou echter logischer zijn bibberend achter je stuur te kruipen. Per afgelegde kilometer is de kans dat je verongelukt in je auto namelijk vijf keer zo groot. Als je doel is om ongehavend op je eindbestemming aan te komen, is vliegen dus met straatlengtes de veiligste optie.

Welk middel biedt beleggers de kleinste kans op brokken? Spaargeld of staatsobligaties liggen voor de hand; die krijgen van de toezichthouder immers het predikaat ‘zeer laag risico’ opgespeld.

Maar als je doel is de koopkracht van je vermogen te laten groeien om over zeg dertig jaar comfortabel met pensioen te gaan, schiet de spaarroute ernstig tekort. Na aftrek van belasting en inflatie komt het rendement op spaargeld nu ruimschoots onder nul uit, dus als je risico definieert als de kans dat je je doelstelling niet haalt, is het risico van spaargeld in dit geval dus juist zeer hoog.

Bij aandelen slaan de traditionele risicograadmeters rood uit. Op het eerste gezicht begrijpelijk. Als je je vermogen in een wereldwijd gespreide portefeuille van aandelen belegt, is de kans dat je portefeuille morgen minder waard is, niet veel beter dan kop of munt.

Maar over een termijn van dertig jaar is in het verleden de koopkracht van zo’n gespreide portefeuille aandelen nog nooit afgekalfd. En gemiddeld genomen zou de reële waarde van je portefeuille over zulke periodes zijn verdriedubbeld.

Welke belegging het grootste risico oplevert dat je je doel niet haalt, hangt dus af van je eindbestemming. Ligt die ver in de toekomst dan zijn aandelen juist een laag-risico optie. Maar dan moet je ook bij stevige turbulentie niet de neiging hebben om uit het vliegtuig te springen, anders past de figuurlijke vierwieler misschien toch beter bij je.

We wensen je veel financiële rust,

Marius en Jolmer

De valse belofte van groei

Stel je krijgt een miljoen euro cadeau, op voorwaarde dat je het hele bedrag investeert in:

A) voormalig koopjeskampioen Blokker, dat zwaar moest herstructureren omdat klanten de oubollige winkels de rug toekeerden, of

B) online sprinter Bol.com die in 2017 met 60 procent groei de anderhalf miljard euro omzet passeerde, en al jaren de online winkelkampioen van Nederland is.

In welk bedrijf zou je je geld dan steken? De meeste mensen kiezen voor Bol.com. Liever een snelle hinde dan aangeschoten wild.

Het enige juiste antwoord op deze vraag is echter: “Dat hangt af van de prijs”. Want hoe indrukwekkend de groei ook is, als die te ruim in de prijs is verwerkt, verdampt je rendement. Aan de andere kant kan een strompelend bedrijf een prima beleggingsresultaat opleveren als het voor een zacht prijsje in de etalage staat.    

Dezelfde fout maken wij beleggers vaak wanneer we praten over landen en regio’s. We nemen aan dat waar het financieel crescendo gaat, de beursresultaten ook aantrekkelijk zijn. Zo is China, waar de economie jaarlijks zo’n acht procent is gegroeid de afgelopen decennia, geografisch gezien de snelste hinde. Die moet het dus wel winnen van Rusland, waar corruptie en gebrek aan investeringen de economie al jaar en dag doet wankelen.

Maar wat blijkt: een belegger die twintig jaar geleden een portefeuille met Chinese aandelen had gekocht, zou met ook acht procent per jaar weliswaar een prima rendement hebben behaald, zijn ‘Russofiele’ collega had over diezelfde periode gemiddeld 18 procent per jaar verdiend. Dat telt op tot maar liefst zeven keer zoveel beleggingswinst.

Hoe kan dat? In een snelgroeiende economie als China staan beleggers in de rij en kunnen bedrijven hun huid dus duur verkopen. In een haperend land als Rusland moeten bedrijven juist diep door de knieën: alleen een klinkend rendement zal kapitaalverschaffers over de streep trekken.

Dat hoge groeiverwachtingen synoniem zijn aan hoge rendementen is daarom een misvatting. De markt heeft groeiverwachtingen al ingeprijsd. Dus tenzij je superieure kennis bezit over de macro-economische groei van een regio, of de toekomst van een specifiek bedrijf, kun je als belegger het beste je portefeuille spreiden en genieten van de opbrengst van zowel de snelle, dure hinde, als het aangeschoten, aantrekkelijk geprijsde wild.

We wensen je veel financiële rust,

Jolmer en Marius

Gratis beleggen

“Denk niet wit. Denk niet zwart. Denk niet zwart-wit.” Het is lastig kiezen wat de jaren tachtig hit van Frank Boeijen aandoenlijker maakt: zijn opgeföhnde kuif of zijn pleidooi voor nuance. Zijn pleidooi heeft in elk geval niets aan relevantie verloren. Ook vandaag zijn onder leiding van een Twitterende Donald Trump grijstinten ver te zoeken.

In beleggingsland is er de zwart witte tweespalt tussen passief en actief beleggen. Aanhangers van indexfondsen schermen met overtuigende feiten: hoe langer de termijn hoe kleiner de groep actieve beleggers die de markt verslaat.

Dit komt door de lagere kosten van passief beleggen, waardoor het netto rendement van de gemiddelde passieve belegger wel hoger moet zijn dan dat van zijn actieve tegenpool. En die kosten blijven maar dalen. Fidelity zette onlangs de fondsenmarkt nog op zijn kop door twee gratis indexfondsen aan te bieden.

Actieve beleggers houden echter stug vast aan hun geloof dat je met superieure hand de index voorbij kunt streven. En ze hebben gelijk. Sterker nog: actief beleggen is de enige manier om de markt te verslaan, ook al is de kans dat het je lukt beperkt.

Wat in deze loopgravenoorlog ondergesneeuwd raakt: het belangrijkste ingrediënt voor lange-termijn succes is niet de keuze voor een bepaalde beleggingsstrategie, maar de discipline om je aan je beleggingsplan te houden. De kracht om ook in euforische en onheilspellende tijden niet aan verleidingen en zorgen te bezwijken. Emotionele valkuilen zijn funest voor elke portfolio, of die nou actief of passief is ingericht. 

Gratis beleggen is dus niet genoeg. Je emoties de baas blijven is het belangrijkste. Als je de rust niet kunt bewaren zonder het idee dat iemand constant op je centjes let, kan het zijn dat een actieve vermogensbeheerder beter bij je past. Uiteraard moeten de kosten daarbij acceptabel blijven. Voor anderen zal de rust en ratio van passief beleggen een betere oplossing zijn. Niet zwart-wit dus, maar rustgevend grijs.

We wensen je veel financiële rust,

Marius en Jolmer

Verwacht geen gemiddelde

Schrijver Godfried Bomans grapte ooit: ‘Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier, die gemiddeld één meter diep was. Hij verdronk.’ Bomans legde de vinger op een zere plek die ook veel beleggers kennen: we verwachten elk jaar weer een gemiddeld rendement. Als het daadwerkelijke rendement vervolgens sterk daarvan afwijkt, gaan we ons zorgen maken.

In de praktijk blijken grote afwijkingen echter meer regel dan uitzondering. Neem de AEX-index die 35 jaar geleden in het leven werd geroepen. Gedurende haar bestaan behaalde de index een gemiddeld jaarrendement van 11 procent inclusief dividenden. Gecorrigeerd voor inflatie komt het gemiddelde cijfer uit op 9 procent per jaar. Dat is precies in lijn met de verwachting van veel beleggers, die zo’n 8 tot 10 procent in hun hoofd hebben.

In de afgelopen 35 jaar landde het daadwerkelijke reële rendement van de AEX echter geen enkele keer tussen de 8 en 10 procent! Extreme uitslagen komen daarentegen wel vaak voor. Van de 27 positieve jaren lagen er bijvoorbeeld maar acht tussen de 0 en 8 procent. Het gemiddelde rendement van de overige 19 groei-jaren? Meer dan 30 procent. Maar juist bij zo’n veelvoorkomende grote positieve uitslag slaat de twijfel bij beleggers toe. ‘Dit is toch niet normaal? Dit kan toch niet zo doorgaan?’

Bij negatieve jaren zien we hetzelfde. Van de acht jaren dat de AEX in het rood dook, gingen er zes met dubbele cijfers onderuit, voor een gemiddeld jaarverlies van bijna 30 procent. Bij zo’n daling van dubbele cijfers slaat de paniek niet zelden toe. Terwijl dus eigenlijk geldt: een tweecijferige beurscorrectie is niets om van op te kijken.

Kortom, verwacht over een termijn van slechts een jaar geen gemiddelde. Net als voor Bomans' statisticus biedt die verwachting beleggers geen houvast, maar is het een potentiële bron van verkeerde keuzes.

AEX chart.png

We wensen je veel financiële rust,

Jolmer en Marius

Poen en groen

Duurzame fondsen timmeren hard aan de weg. Een groeiend aantal beleggers wil niet alleen een goed gevulde beurs, maar ook actief bijdragen aan een schonere aarde en meer rechtvaardigheid. Maar zijn die twee doelen met elkaar te verenigen? 

De financiële industrie probeert twijfelende beleggers gerust te stellen. Bedrijven die goed scoren op Environmental, Social en Governance (ESG) factoren lopen niet alleen minder risico, ze kunnen door zaken als lager grondstofverbruik en een betere reputatie ook rekenen op hogere winsten dan hun vervuilende branchegenoten. De boodschap? Verduurzaam je portefeuille en je bent goed voor de wereld en voor jezelf.

Zowel je brein als je hart gebruiken bij beleggen is prijzenswaardig en kan financieel prima uitpakken. Toch is deze redenering misleidend. Als duidelijk is dat duurzame bedrijven relatief hoge winsten genereren ten opzichte van  gelopen risico’s, wordt dit meteen in de aandelenkoersen verwerkt. Miljoenen beleggers wereldwijd bepalen dagelijks op basis van precies dat soort financiële informatie de ‘evenwichtskoersen’ van beursgenoteerde bedrijven. 

Dat evenwicht wordt echter verstoord als een grote groep beleggers daar een niet-financiële overweging  – zoals een ESG-filter dat vervuilende bedrijven mijdt – aan toevoegt. Het filter zal aandelen van vervuilers mijden en daardoor hun koersen onder de evenwichtskoers laten zakken. Economisch gezien raken ze dus ondergewaardeerd. En een ondergewaardeerde koers betekent een relatief hoog verwacht rendement voor de ‘amorele aandeelhouder’.

Voor duurzame bedrijven geldt precies het omgekeerde. Een breed toegepast ESG filter zal hun koers juist boven de financiële evenwichtskoers opstuwen. Gunstig voor vroege vogels die voor de hausse zijn ingestapt, maar laatkomers kijken aan tegen hogere aankoopkoersen en dus relatief lage beleggingsrendementen.

Dat klinkt misschien onaantrekkelijk, maar is juist goed nieuws voor verduurzaming. Een lager rendement voor beleggers staat gelijk aan lagere financieringslasten voor groene en sociale bedrijven. Die kunnen immers tegen een hoge koers nieuwe aandelen uitgeven en zo goedkoop kapitaal aantrekken om hun duurzame strategie voortvarend verder op te tuigen. En daar was het ESG beleggers als het goed is precies om begonnen. Maar voor diezelfde beleggers is er dus wel degelijk een afweging tussen poen en groen.

We wensen je veel financiële rust,

Marius en Jolmer

Van ketchup naar controle

Eet ik drie weken macaroni met ketchup of neem ik een bijbaantje? Veel complexer was financiële planning niet toen je student was. Eenmaal ouder en met meer inkomen wordt het ingewikkelder. Bij bijna elke financiële beslissing roept een stemmetje in je hoofd: is het wel verstandig dat ik dit geld nu uitgeef, of kan ik het beter opzij zetten voor later?

Er is geen gouden formule voor het juiste antwoord. Iedereen heeft zijn of haar eigen voorkeuren en die veranderen ook nog eens met de jaren. Daarnaast is de toekomst onzeker. Dus ook als je je doel helemaal helder hebt, weet je niet exact hoeveel je moet sparen om daar te komen.

Er zijn wel hulpmiddelen die voorkomen dat je volledig in het duister tast. Iets van een plan, hoe beknopt en grof geschat ook, is de eerste klap. Zet in grote lijnen op papier wat je nu uitgeeft en verdient. Hoe ontwikkelt zich dat de komende jaren en wat voor pensioenpot levert dat voor later op? Doe dit samen met je partner en vraag waar nodig een financiële planner om hulp.

Als je financiële ruimte zoekt, start dan niet bij je boodschappen maar richt je op Grote Zaken, zoals je huis en auto. Aan de andere kant: veel kleine gaatjes kunnen een groot schip laten zinken, dus snij uitgaven weg als ze geen toegevoegde waarde hebben.

Moeite met snijden? Minder uitgeven is niet de enige methode om je pensioenpot te spekken. Je kunt ook een plan maken om meer te gaan verdienen.

Als je periodiek beoordeelt of je planning nog klopt, kun je jezelf de rest van het jaar rust gunnen. Realiseer je bij dit alles dat het makkelijker is om een dure levensstijl aan te nemen dan op te geven. En denk af en toe eens terug aan je studententijd, toen je met alleen macaroni en ketchup toch heel gelukkig was.

We wensen je veel financiële rust, 

Marius en Jolmer